Ik brak mijn teen en het was een gigantische anticlimax

LisetteJonkman1988BlogLeave a Comment

‘Lau? Ik moet je iets vertellen. Ik kom net bij de huisarts vandaan en eh, blijkbaar heb ik vandaag mijn teen gebroken.’
Aan de andere kant van de lijn bleef het even stil, waarna Lau een proestgeluidje maakte. ‘En dan denk je dat schrijfster een veilig beroep is.’

‘Lau? Ik moet je iets vertellen. Ik kom net bij de huisarts vandaan en eh, blijkbaar heb ik vandaag mijn teen gebroken.’
Aan de andere kant van de lijn bleef het even stil, waarna Lau een proestgeluidje maakte. ‘En dan denk je dat schrijfster een veilig beroep is.’

Foto ter illustratie, bron: FreeImages.com.

‘Aaahhauwauw,’ riep ik uit terwijl ik me op het bed liet vallen en mijn linkervoet beschermend tegen me aantrok. Te laat, dat wel. Hij had net al onzacht contact gemaakt met de houten opbergbox in de slaapkamer.

De twee buitenste tenen vouwden zich aan de linkerkant om het hout heen, en de drie binnenste aan de rechterkant. Ik zag een witte streep verschijnen op mijn middelste teennagel, waar die dubbelgevouwen was. Maar wat pas echt zeer deed, was de teen ernaast. De, eh… ringteen? Hoe dat ding ook heet, hij deed verdomde zeer. Van die kloppende, borende pijn waardoor je alleen maar zoveel mogelijk lelijke woorden achter elkaar wilt zeggen.

 

Me-teen onbuigzaam 

Voorzichtig probeerde ik mijn tenen te buigen. Dat lukte met enige moeite. Goed, de ringteen deed niet zo lekker mee, maar zeg eens eerlijk, hoe ver kun jij die teen buigen? Snel trok ik mijn sokken en schoenen aan. Een paar minuten lang protesteerde mijn teen tegen deze sardientjesachtige opsluiting, maar al snel beperkte hij zich tot een kloppend gevoel op de achtergrond. Dat overleefde ik wel. Bovendien moest ik opschieten, want mijn auto moest naar de garage voor een grote beurt. Ik zat al een slordige vijfduizend kilometer boven het getal waarop ik eigenlijk weer naar de garage moest. Aangezien ik vrijdag een workshop aan de andere kant van het land moest geven en ik er weinig voor voelde om vanwege mijn eigen stomme schuld door mijn rem heen te trappen en tragisch om een talud heen gevouwen te sterven (om daarna onvermijdelijk bestsellerauteur te worden), MOEST ik naar de garage.

 

Met de benenwagen

Eenmaal bij de KwikFit gaf ik netjes de sleutel af, wierp nog een laatste blik op mijn trouwe autootje en verschoot prompt van kleur toen ik zag dat in de laag vuil op de achterbumper was geschreven ‘ook leverbaar in wit’.

De man achter de balie volgde mijn blik en vroeg met een pokerface: ‘Die witte?’

Ik bromde iets bevestigends en maakte me zo snel mogelijk uit de voeten.

Tot het moment waarop ik naar buiten liep, had ik er nog niet echt bij stilgestaan dat ik nu natuurlijk niet met de auto naar huis kon. Maar ach, wat zou het: de zon scheen en ik mocht best even schrijfvrij nemen om wat frisse lucht op te snuiven. Ik besloot langs de Starbucks bij de universiteit te wandelen. Daar werkt Lysanne en ik had nog een bon voor een gratis koffie in mijn tas om in te wisselen. Opgewekt begon ik aan de tocht. Ik nam zelfs een omweggetje. Mijn teen gedroeg zich voorbeeldig, met slechts af en toe een schreeuw om aandacht.

 Ik liep over de Grote Markt, waar alles voor Eurosonic werd opgebouwd. Het voelde alsof ik even niets hoefde en nergens hoefde te zijn. Ondanks de miepende teen plooide mijn mond zich tot een glimlach.

 

Koffie en voet-sel

In de Starbucks kletste ik gezellig even met Lys, tot er andere klanten achter mij aansloten. Met mijn supergrote beker mochakoffie en caramel shortbread (ZO. LEKKER.) ging ik aan een tafeltje zitten. Het voelde fijn om mijn voet even te ontzien. Ineens merkte ik dat hij toch stiekem non-stop pijn aan het doen was. Blijkbaar had ik hem wel erg hard gestoten.

Na de koffie en nog meer kletsen, zei ik Lys gedag en liep ik weer naar buiten. Het leek wel voorjaar met die zachte temperatuur en een voorzichtig zonnetje. Ik hoorde zelfs wat vogeltjes fluiten in de bomen. De terugweg voerde me langs de Herestraat, waar ik stiekem nog even de Steps indook om wat colbertjes te passen. Vanwege een kloppende voet moest ik die missie echter voortijdig afbreken.

Inmiddels klopte mijn teen alsof er iedere twee seconden iemand in kneep. Ik vond het wel tijd om naar huis te gaan. Ik liep naar het station om een bus naar huis te pakken. Het lopen ging aanzienlijk lastiger dan toen ik bij de garage vandaan kwam. (Ik had hier iets staan over dat ik zelf misschien ook wel een Grote Beurt kon gebruiken, maar dat heb ik weggehaald vanwege een hoog ‘that’s what she said’-gehalte.)

 

Manke piraat

Het stuk van de bushalte naar huis liep ik als een zeerover met een houten poot. Opgelucht liet ik me thuis op de bank zakken. Ik peuterde mijn veters los en trok mijn schoen van mijn zeurende voet af.

De opluchting die dat gaf, duurde welgeteld één seconde.

Daarna spoelde een golf withete pijn me bijna uit mijn bewustzijn.

Dokter, dokter

‘Voortaan moet je eigenlijk even eerder bellen als je weet dat je niet kunt komen,’ hoorde ik de assistente berispend tegen de persoon aan de andere kant van de lijn zeggen. ‘We zitten vandaag stampvol, namelijk.’

De moed zonk me in de schoenen, en daar wás het al zo vol. Het was een hele opgave geweest om mijn pijnlijke voet weer in mijn AllStar te lepelen. Ik zette zo min mogelijk druk op mijn linkerbeen en probeerde de assistente met mijn gepijnigde en hopelijk ook vriendelijke glimlach te dwingen haar gesprek snel af te ronden.

‘Goed,’ zei ze. ‘Ja, oké. Bel morgenochtend maar even, dan kijken we wat we kunnen doen. Ja. Oké. Dahaaag. Dag.’ Met een professionele glimlach waar de stress van een drukke dag doorheen schemerde wendde ze zich tot mij. ‘Zeg het maar.’

Ik legde uit wat het probleem was. Toen ik klaar was met mijn verhaal, keek ze me fronsend aan. ‘Dus als ik het goed begrijp, ben je met een zere teen de hele stad doorgesjouwd?’

‘Eh… zo zou je het kunnen samenvatten, ja,’ zei ik schaapachtig.

Hoofdschuddend krabbelde ze iets neer op een papiertje. ‘Voortaan moet je eigenlijk eerst even bellen voor een afspraak,’ voegde ze er streng aan toe. ‘Als iedereen hier maar zomaar binnen komt lopen en om een afspraak vraagt, wordt het een chaos. We zitten vandaag stampvol, namelijk.’

 

Het is dik en paars 

‘Holy shit!’ Ik keek naar mijn zojuist van schoen en sok ontdane voet. ‘Vanmorgen zag hij er nog niet zo uit, hoor,’ verzekerde ik de huisarts. Die keek me alleen berustend aan en gebaarde dat ik mijn benen moest strekken.

Hij porde wat in mijn teentje, dat plotseling verdacht veel weg had van een mini-aubergine, en zei opgewekt: ‘Jup, die is gebroken.’

 

Stevig in je schoenen

Nu wil ik graag even pauzeren om te vertellen dat ik nog nooit een bot gebroken heb. Ik dacht altijd dat een gebroken bot heel erg was, met veel bloed en kromstaande ledematen en rondzwevende splinters die dreigden slagaders te doorboren. Maar niets van dat alles. Dit moest wel de meest anticlimactische botbreuk in de geschiedenis van de mensheid zijn.

De dokter bombardeerde mijn middelste teen tot ‘buddyteen’ en maakte mijn stervende zombieteen daar met tape aan vast. ‘Een week je voet omhoog en ingetaped houden,’ zei hij. ‘En stevige schoenen dragen.’

Ik keek naar mijn AllStars en vroeg nonchalant: ‘Zoals deze?’

‘Absoluut niet zoals die,’ antwoordde hij.

 

Zielepootje

Dus hier zit ik. Met mijn benen omhoog, ingetaped en met mijn pantoffels aan (ja doei, ik ga natuurlijk niet met mijn bergschoenen aan binnen zitten). Morgen geef ik een schrijfworkshop in Veghel, wat inhoudt dat ik een kleine drie uur in de auto ga zitten. Gelukkig zit de gebroken teen aan de koppelingspedaalvoet, dus erg veel zal ik hem niet belasten. En tijdens de workshop ga ik wel gewoon zitten. Of zo.

En om maar te eindigen met een positieve noot: ik breek liever een teen dan een vinger.

 

Liefs,

Lis