1. Ik moet altijd iets te lezen hebben op de wc. Het maakt niet zoveel uit of dat nou een boek, mijn mobiel of de achterkant van de wc-verfrisser is.
  2. Ik bijt op die velletjes naast mijn nagels. Daar kan ik echt niet mee ophouden, het is een soort verslaving. Mijn nagels laat ik trouwens wel gewoon met rust, die zijn altijd lang.
  3. Ik maak non-stop rare dingen mee. Dat is zowel hilarisch als doodvermoeiend, want mensen geloven me op een gegeven moment gewoon niet meer. Het lijkt wel alsof ik idiote situaties aantrek. ‘Ja hoor, daar heb je Lis weer met haar gekke verhalen.’ On a positive note: ik heb altijd genoeg inspiratie voor nieuwe boeken.
  4. Ik heb geen levensmotto, tenzij je ‘chocolade kan altijd’ meetelt.
  5. Ik ben allergisch voor paddenstoelen. Als ik per ongeluk een champignonnetje eet, verander ik in een soort jeukend galbultenmonster. Géén succesnummer op feesten en partijen.
  6. Ik redigeer alles wat leesbaar is, ook als ik niet aan het werk ben. Zo heb ik eens een grammaticafout uit een bordje in het Paleis op de Dam gehaald. Sorry.
  7. Ik haat het als mensen ‘prototype’ en ‘stereotype’ als synoniemen van elkaar gebruiken. Het zijn twee totáál verschillende dingen!
  8. Ik wil dat iedereen van me houdt. Heel erg: ik wil zelfs dat mensen die ik zelf stom vind, mij wél aardig vinden.
  9. Ik heb een vriend (Laurens) en twee konijnen (Twix en Blik). Je kunt ook niet echt om deze huisgenoten heen als je me volgt op social media.
  10. In de vijf jaar na onze studies hebben Lau en ik op iets van negen verschillende plekken gewoond. Iets met stages en banen.
  11. Tijdens al die verhuizingen heeft Lau me meermaals vervloekt omdat al mijn boekendozen bij elkaar ongeveer evenveel wegen als een baby-olifantje.
  12. Nu wonen we gelukkig al een tijdje op dezelfde plek: in 2016 hebben we ons eerste eigen huis gekocht!
  13. Het huis in kwestie staat in the middle of nowhere, beter bekend als Drenthe. Geen buren, love it.
  14. Toen we het kochten, was er geen elektriciteit. De eerste vijf maanden hebben we het dus zonder stroom moeten stellen, want de elektriciteitskabel moest speciaal voor ons worden aangelegd.
  15. Ik leen veel te vaak boeken uit aan mensen, om vervolgens te vergeten welk boek nou bij wie ligt. Zo zijn er heel wat gaten in mijn boekenkast ontstaan.
  16. Soms vind ik mezelf echt hysterisch grappig. Gek genoeg ben ik op dat moment vaak de enige die dat vindt.
  17. Ik ben dól op sushi. Superclichématig, ik weet het, maar je kunt mij echt wakker maken voor een lekkere rauwe-vis-bunkerpartij.
  18. Sinds begin 2017 eet ik geen vlees meer. Ooit stop ik misschien ook met het eten van vis en dierlijke producten, maar dat zien we dan wel weer.
  19. Ik ben dol op nieuwe mensen ontmoeten en nieuwe vriendschappen sluiten, maar ik ben verschrikkelijk slecht in het daadwerkelijk onderhouden van die vriendschappen. Gelukkig bestaan social media!
  20. Mocht je je afvragen waarom er altijd wel ergens een mysterieus gat ergens in mijn kleding zit: het heeft één reden en die heet Blik. Nou vooruit, of Twix.
  21. Voor Twix en Blik hebben we twee andere konijnen gehad: Guus en onze allereerste bunny Whopper. Vernoemd naar de hamburger, inderdaad.
  22. Als we een zenderpakket hadden, zou ik de hele dag trash-tv kijken op TLC.
  23. Ik schrijf het liefst opgerold, in kleermakerszit en in elkaar gedoken. Ergonomie-experts barsten in huilen uit als ze mij zien werken. Ik ontwikkel al een heus schrijversbocheltje.
  24. De vaatwasser is mijn favoriete huisgenoot.
  25. Als ik geen navigatiesysteem op mijn telefoon had, zou ik nooit ergens komen. Soms gebruik ik hem zelfs om mezelf te voet door een stad te navigeren. Wel een beetje gênant als mijn telefoon ineens luid en duidelijk zegt: ‘Sla rechtsaf’, terwijl ik deed alsof ik met iemand aan het appen was.
  26. Helemaal verzwolgen worden door een goed boek vind ik heerlijk. Daar heb ik best een paar uurtjes slaap voor over, of wat extra stress rond een deadline. Een goed boek halverwege wegleggen is te vergelijken met mezelf vertellen dat ik echt niet die hele zak chips in één keer leeg ga eten. Dream on!
  27. Ik vertaal ook boeken: A Week Of Mondays van Jessica Brody (verscheen bij Blossom Books als Elke dag maandag), The Gutsy Girl van Caroline Paul (verscheen bij Pepper Books als Het boek voor meisjes met lef) en The Fashion Committee van Susas Juby (verscheen bij Kluitman als Het Modeproject). Van het Engels naar het Nederlands vertalen vind ik superleuk om te doen!
  28. Het onderwerp ‘poep’ fascineert me mateloos. Het is iets wat iedereen doet, maar waar niemand over praat. Op saaie verjaardagen maak ik er een sport van mijn gesprekspartners binnen zo kort mogelijke tijd zo ver te krijgen dat ze het over poep hebben.
  29. Bij het schrijven van ieder boek draai ik een aantal nummers helemaal grijs. Daarna kan ik niet meer anders dan de muziek associëren met het desbetreffende boek. Bij Glazuur was dat bijvoorbeeld álles van Muse en Maroon 5 en bij Verkikkerd heb ik me laten wegvoeren door MuteMath.
  30. Nu lijkt het misschien alsof ik alleen naar bands luister die met een M beginnen, maar ik vind echt heel veel muziek leuk. Van Pendulum tot Johnny Cash, van Daft Punk tot Elbow, van Queens of the Stone Age tot Coyote Kisses en van Volbeat tot Taylor Swift. Mijn favoriete nummers OOIT zijn Falling Away With You van Muse, The Bones Of You van Elbow en Prytania van Mutemath.
  31. Als we het toch over favorieten hebben: mijn favoriete schrijvers zijn Sophie Kinsella, Jill Mansell, Ronald Giphart, Laini Taylor, Jonathan Stroud, Tahereh Mafi, Kerstin Gier, Chantal van Gastel, Stieg Larsson, Astrid Harrewijn, Helen Fielding, Gillian King, Suzanne Collins, J.K. Rowling, Niccolò Ammaniti, John Green… Weet je, ik heb eigenlijk heel veel favorieten. Ik kan niet kiezen.
  32. Mijn grote voorbeeld op schrijfgebied is Chantal van Gastel. Ik kan altijd terugvallen op Lau, die wel ‘gewoon’ een baan heeft, maar zij doet het echt helemaal zelf! Fricking stoer.
  33. Ik ben dol op schrijfleesvoer. Boeken over schrijven vind ik heerlijk. Ze zijn leerzaam en vermakelijk tegelijk (daarom schreef ik er zelf ook één: Schrijven kreng!).
  34. Laatst kwam ik erachter dan Hugh Grant en Colin Firth allebei de 50 al gepasseerd zijn. Ik was in shock, maar ik zwijmel stiekem nog steeds op ze (ook al zijn ze even oud als mijn moeder).
  35. Series, jongens. Sherlock, Archer, South Park, Black Mirror, Star Trek Discovery zijn mijn heroïne. Breaking Bad is de beste serie die ooit is gemaakt. O, en ik zou mijn linkerknieschijf geven voor nog een seizoen Firefly.
  36. Soms raak ik mezelf kwijt in een soort zwart-gat-achtig Google-vacuüm. Het begint met: ‘Hoe heette het Meisje van Nulde ook alweer? Even googlen,’ en voor ik het weet ben ik drie uur verder en zit ik alles over veenlijken te lezen.
  37. In mijn vriendenkring sta ik bekend als een enorme zuipschuit, terwijl het best meevalt. Ik weet dat alle alcoholisten zeggen dat het best meevalt, maar ik drink echt niet veel. Ik ben gewoon na twee wijntjes al heel gesssjellig.
  38. Ik heb pas in mijn studententijd bier leren drinken. Reden nummer één: het is een stuk goedkoper dan wijn of mixjes.
  39. Als mensen tegen me zeggen: ‘Wat zie je er goed uit!’ vertaalt mijn brein dat altijd als: ‘Jeetje, wat ben jij aangekomen! En toch nog die jurk aandurven, dapper hoor!’
  40. Mijn vriendinnen en ik hebben allemaal rare bijnamen voor elkaar. Dus als je me tegen iemand hoort roepen: ‘Hé dikke darm!’ dan bedoel ik het waarschijnlijk niet zo kwaad.
  41. Mijn oma is de enige die ermee wegkomt me Poppedijntje te noemen.
  42. Ik zou het supertof vinden als ik de personages uit mijn boeken eens in het echt kon ontmoeten. Soms kan ik amper geloven dat ze alleen in mijn hoofd bestaan.
  43. Ik ben dol op de lente en de zomer, maar tijdens de warmste periode van het jaar krijg ik altijd een paar dagen extreem veel zin in kerst. De rest van het jaar heb ik zin in de zomer.
  44. Ik ben altijd bijna jarig en tel regelmatig de nachtjes tot aan mijn verjaardag, zelfs als dat nog heel lang duurt. Mijn verjaardag is mijn favoriete dag in het jaar (al heeft die dag wel concurrentie gekregen sinds ik ineens ook boekpresentaties heb – zo’n boekfeestje voor je eigen boek is óók wel heel erg tof).
  45. Als iemand een fan art maakt van mijn boeken, kan ik mijn geluk niet op.
  46. Met mijn vriendinnen houd ik regelmatig horrordates, vol chips en enge films.
  47. Net als alle schrijvers heb ik enorm last van het imposter syndrome. Voor mijn gevoel komt er ooit iemand die me ontmaskert als een talentloze prutser die ook maar iets doet.
  48. Lau en ik hebben een heel klein wit autootje dat al heel lang niet meer wit is, gezien de modderpoel waarin we wonen.
  49. Vroeger had ik een Volkswagen Vento, die door iedereen De Boswachter genoemd werd vanwege zijn mossig groene kleur met bijpassende roestplekken.
  50. Meestal probeer ik hetzelfde ritme aan te houden als Lau, maar aangezien ik ’s nachts het best werk, leef ik in deadlineperiodes toch vaak ’s nachts.
  51. In november en december ben ik Hoofdpiet bij Vijftwaalf.nl, de Sinterklaasgedichtenwebsite die Martin in 2001 oprichtte en die we nu samen runnen.
  52. Ik twijfel al heel lang of ik deze kneuterige rubriek wel op mijn website moet laten staan.