Kort verhaal: Groot nieuws

LisetteJonkman1988BlogLeave a Comment

Superspannend, vanaf vandaag ligt Verslingerd écht in de winkels! Ik heb al een heleboel berichtjes gekregen van mensen die net hun eigen exemplaar thuisbezorgd hebben gekregen. Gisteren heb ik zelfs al de eerste (zeer positieve) reactie gehad van iemand die zaterdag het ebook had aangeschaft en hem al helemaal verslonden had. Yay! Als extraatje heb ik de teaser Groot nieuws geschreven, die je kunt lezen tussen Verkikkerd en Verslingerd in. Ik wens je veel leesplezier 🙂 Laat je weten wat je vindt van Verslingerd als je ‘m uit hebt?

Superspannend, vanaf vandaag ligt Verslingerd écht in de winkels! Ik heb al een heleboel berichtjes gekregen van mensen die net hun eigen exemplaar thuisbezorgd hebben gekregen. Gisteren heb ik zelfs al de eerste (zeer positieve) reactie gehad van iemand die zaterdag het ebook had aangeschaft en hem al helemaal verslonden had. Yay! Als extraatje heb ik de teaser Groot nieuws geschreven, die je kunt lezen tussen Verkikkerd en Verslingerd in. Ik wens je veel leesplezier 🙂 Laat je weten wat je vindt van Verslingerd als je ‘m uit hebt?

 Foto: Kyrre Gjerstad

Groot nieuws 

‘Bezoek! Hé tuig, errr issss volluk!’

Meteen na de oerkreet die bij ons in de flat de bel moet voorstellen, hoor ik een andere schreeuw. ‘Zeg bimbo, kun je al die pakketjes niet tegelijk laten bezorgen?’

Een kleine glimlach krult mijn lippen. Ik sta op uit mijn ergonomische roze bureaustoel (die volgens de verkoper waanzinnig goed voor mijn rug is) en slenter op mijn gemak mijn kamer uit, naar de voordeur toe. De aardige pakketjesbezorger die hier meestal op zaterdag komt, schenkt me een grijns van herkenning. ‘Dag Lucy. Ik heb er weer eentje voor je.’ Hij knikt naar het vierkante pakket dat naast hem staat, ongeveer zo hoog als twee op elkaar gestapelde schoenendozen. Hij hijgt lichtjes. ‘Kun je niet op de benedenverdieping gaan wonen?’

Hoewel ik bijna nooit een persevenement kan bezoeken omdat ik in Enschede woon, ontvang ik wel steeds meer producten voor mijn beautyblog. Hoe de pr-bureaus me vinden is me een raadsel. Geen vervelend raadsel, trouwens – ik word alleen maar blij van de rap groeiende bekendheid van Beauty By Dixi.

‘Ach, bekijk het zo,’ zeg ik zonnig, terwijl ik routineus mijn krabbel zet op het apparaat dat hij naar me uitsteekt. ‘Nu kun je vanavond in de kroeg een extra biertje drinken. En dat allemaal dankzij mij!’

Hij overhandigt me het pakketje. ‘Dat waardeer ik enorm. Ik zal er voor de zekerheid twee nemen. Tot ziens, hè!’

Als ik me omdraai om terug naar mijn kamer te lopen, kijk ik recht in het donderwolkgezicht van Paladin. Mijn holbewonerige huisgenoot herhaalt zijn vraag. ‘Kunnen ze die grafpakketjes niet tegelijk bezorgen? Eén keer per week moet toch haalbaar zijn, in plaats van vijf keer per dag.’

Ik klop hem meelevend op zijn schouder. ‘Lieve schat, je overdrijft. Dat jíj nou nooit post krijgt, betekent niet dat ik in eenzame afzondering moet leven.’

Ik rammel met het pakje, om te horen of het is wat ik denk dat het is.

Paladin mompelt iets lelijks en klost weer terug naar zijn kamer, waar hij nog één keer achterom kijkt om me een gevaarlijke blik toe te werpen, voordat hij zijn deur dichtsmijt. In het begin zou ik daar misschien bang van zijn geworden, maar dit is niet het begin. Gelukkig niet, mag ik daar wel aan toevoegen. In het begin moest ik niets hebben van mijn huisgenoten. Ik vond ze eng, vies en irritant. Nu moet ik zeggen dat de bewoners van Het Fort er in het jaar dat ik er nu woon (ondanks mijn ingevoerde schoonmaakrooster) niet veel schoner op zijn geworden en dat ze bij vlagen ook nog steeds bloedirritant kunnen zijn, maar eng vind ik ze al een hele tijd niet meer. Vooral Paladin niet, hoe bullebakkig hij soms ook over kan komen. Hij ziet er tegenwoordig ook een stuk beter uit, sinds Hermelien hem regelmatig vertelt dat hij zijn baard moet scheren en hij ook daadwerkelijk zijn tanden poetst. Daarbij is hij een paar maanden geleden gestopt met roken en zit hij niet meer dag en nacht achter zijn computer om World of Warcraft te spelen, wat hem absoluut goed doet. Ik bedoel, het is nog steeds geen adonis, maar tegenwoordig kan ik steeds beter de neiging onderdrukken om zodra hij de keuken binnenkomt een spuitbus met luchtverfrisser erbij te pakken.

 

Met het pakje in mijn handen loop ik in gedachten verzonken terug naar mijn kamer. Aan de ene kant kan ik bijna niet geloven dat het pas een jaar geleden is dat ik hier kwam wonen, maar anderzijds is er in die tijd zóveel gebeurd, dat het bijna lijkt alsof ik me al veel langer op de campus bevind. Uit de kamer twee deuren naast die van mij klinken zachte gitaarklanken. Een klein glimlachje speelt rond mijn lippen terwijl ik de deur openduw. Ik weet al wat ik ga zien, maar dat maakt de aanblik niet minder prettig. Op het bed zit een lange jongen met blond haar dat voor zijn ogen valt. Hij buigt zich over zijn gitaar en stemt een snaar met vastberaden precisie. ‘Vals, vals, vals,’ mompelt hij in dezelfde stijgende toonhoogte als het instrument.

‘Zit je Jessie te mishandelen?’ Ik duw de deur met mijn voet achter me dicht.

‘Ze is vreselijk ongehoorzaam.’ Hij slaat een laatste akkoord aan en legt zuchtend zijn gitaar opzij. ‘Komt door de hitte. Ik kan geen vijf minuten spelen en ze is alweer vals.’

Een van de leuke kleine dingetjes die ik over Kikker te weten ben gekomen, is dat hij zijn gitaar Jessie noemt. In het begin vond ik het een beetje debiel, maar toen beurde Merel me op met de woorden: ‘Ach, hij kan beter zijn gitaar een naam geven dan iets anders.’ En daar zat eigenlijk wel wat in.

Hij knikt naar het pakketje in mijn handen. ‘Wat zit daar nou weer in?’

‘Hermeliens verjaardagscadeau.’ Ik plof naast hem op het bed en begin het plakband los te peuteren. ‘Ik dacht dat het niet op tijd zou zijn. De webshop zei “vier dagen levertijd”, maar inmiddels zijn we anderhalve week verder.’ Ik duw mijn nagel onder een beginnetje en scheur de strook plakband met een triomfantelijke beweging van de kartonnen doos af. Als ik de flappen openvouw, zie ik een heleboel vloeipapier en bubbeltjesplastic. Voorzichtig graaf ik erdoorheen, tot mijn hand zich om het cadeautje sluit. Ik trek het uit de doos en bekijk het van alle kanten. Gelukkig, alles is nog heel.

Hermelien denkt dat ik het niet in de gaten heb, maar ik zie heus wel hoe ze altijd bewonderend naar mijn poederparels kijkt. Ik weet niet precies wat het is dat parelblush mooier maakt dan de ‘gewone’ equivalent, maar het feit is dat die parels gewoon iets betoverends hebben. Daarom wist ik precies wat ik voor haar verjaardag wilde halen.

Kikker vist de factuur uit de doos en fluit tussen zijn tanden. ‘Nooit gedacht dat Hermelien zo’n dure smaak heeft.’

Ik gris het papier uit zijn handen. ‘Ze is maar één keer per jaar jarig.’

‘Klopt. Verder is het maar één keer per jaar Sinterklaas, kerst, Valentijnsdag…’ Hij geeft me een speelse duw tegen mijn schouder. ‘Jij big spender.’

Een beetje ongerust kijk ik naar de factuur. ‘Is het echt te veel? Ik bedoel, ik dacht dat het wel kon, voor een keertje…’

‘Sst.’ Hij legt zijn lange wijsvinger tegen mijn lippen. ‘Ik plaag je maar. Zo vaak doe je geen grote uitgaven.’ Hij denkt even na en voegt er dan aan toe: ‘Voor anderen.’

De zachte druk die zijn vinger op mijn lippen uitoefent stuurt een kriebel door mijn buik heen. Er speelt een lachje om zijn mond, waardoor ik een glimp van zijn witte tanden opvang. Het heerlijke en tegelijkertijd ontzettend irritante aan Kikker is dat hij altijd precies schijnt te weten wat ik denk. Ook (of misschien voorál) wanneer dat vieze dingen zijn.

Ik kijk hem verwachtingsvol aan, in de hoop dat hij de eerste move maakt.

Dat doet hij.

Nog steeds met dat stiekeme lachje op zijn gezicht haalt hij zijn vinger van mijn mond. Hij buigt zich naar me toe en beroert mijn lippen zachtjes met de zijne. Ik sluit mijn ogen en houd mijn hoofd iets schuiner. Zijn kusjes beginnen lief, maar iedere keer dat onze lippen elkaar weer raken wordt het verlangen duidelijker merkbaar. Net als ik hem achterover begin te duwen op het bed, verstijft hij. Ik trek vragend een wenkbrauw op. ‘Niet goed?’ Mijn stem klinkt scherper dan ik zou willen. Hij zucht. ‘Er is niets wat ik liever zou willen dan de deur op slot draaien en jou uit dat jurkje pellen, maar ik moet zo naar een afspraak.’

Hij werpt een blik op de klok aan zijn muur, die door middel van allerlei wiskundige vergelijkingen uitbeeldt hoe laat het is. De enige waar ik wijs uit kan worden is de zes: die wordt verbeeld met 3!. Ik ben blij dat ik op mijn mobiel kan spieken, daar staat de tijd tenminste gewoon.

‘Of eigenlijk: nu,’ voegt hij er schoorvoetend aan toe.

‘Een afspraak,’ herhaal ik.

‘Met mijn manager.’ Kikker staat op en trekt zijn kleren recht. ‘Hij zei dat hij mijn hele week goed ging maken.’

Ik schenk hem een ondeugend glimlachje. ‘Dat kan ik ook wel voor je doen, hoor.’

‘Over een paar uur ben ik all yours.’ De huid naast zijn groene ogen verkreukelt in een glimlach. Ik laat me met een gekwelde zucht achterover op zijn bed vallen, waardoor mijn blonde haar uitwaaiert rondom mijn hoofd. ‘Nou, dan moet ik me maar in mijn eentje vermaken tot die tijd.’ Ik strijk over de ketting om mijn hals en laat mijn vingertoppen daarna langzaam naar beneden glijden, in de richting van mijn decolleté. Ondertussen werp ik hem een schuinse blik toe.

Hij heft waarschuwend een vinger op. ‘Jij bent hier veel te goed in, Lucille Luijcx. Valse verleidster.’

Ik glimlach onschuldig en leg mijn hand met de palm naar boven naast mijn hoofd. ‘Ik ben alleen maar een meisje met behoeftes.’

‘En dat zijn er behoorlijk wat, mag ik daar wel aan toevoegen.’

‘Dat vind je zó erg. Wat heb jij het zwaar, zeg.’ Ik draai zo dat mijn heup een stukje uitsteekt. Niet omdat ik het idee heb dat hij thuisblijft voor mij, maar gewoon omdat het zo’n leuk spelletje is. We zouden natuurlijk een vluggertje kunnen maken, maar daar ben ik niet voor in de stemming. Ik heb zin om hem langzaam en systematisch te slopen. Dat kost tijd.

‘Drie uur. Maximaal.’ Hij buigt zich voorover om me een kus te geven en vist ondertussen zijn sleutels van het nachtkastje.

Ik laat plagerig mijn tong over zijn onderlip glijden. ‘Twee uur?’

Hij grijnst. ‘Goed, tweeënhalf. Monster.’

Nog één kus, waarna hij in drie grote stappen aan de andere kant van de kamer is en de deur achter hem dichtvalt. Ik blaas mijn adem uit en vouw mijn armen achter mijn hoofd. Kikkers kamer is de iets luxere uitvoering van mijn hokje. Ik breng hier inmiddels net zoveel tijd door als op mijn eigen kamer. Oké, oké, waarschijnlijk meer tijd. Op Kikkers kamer ruikt alles altijd zo lekker – al zegt hij dat het hier juist fijner ruikt sinds mijn kleding in zijn kast ligt. Naast mijn eigen kastruimte heb ik namelijk ook driekwart van zijn kledingkast ingepikt. En dan heb ik nog niet eens iemand verteld over die twee dozen die ik angstvallig onder mijn bed verstop, bomvol met kleren die nergens meer bij passen.

Ik vraag me af wat het management met Kikker wil bespreken. Het moet wel iets heel goeds zijn als ze er zo’n grote verrassing van maken.

Mijn mobiel maakt een ploenk-geluidje, ten teken dat iemand mij heeft genoemd op Twitter. Snel vis ik het ding uit de zak van mijn skinny jeans, waar ik hem van Abby eigenlijk niet meer in mag doen. ‘Je ziet eruit alsof je een vergroeiing hebt,’ zegt ze dan lachend, of: ‘Is dat je mobiel of ben je blij om me te zien?’

Als ik de tweet zie, voel ik mijn hart een blij sprongetje maken.

Wow, heb er een nieuwe favo beautyblog bij: @BeautyByDixi! Supergoede reviews!

Ik produceer van opwinding een piepgeluidje. ‘Fantastisch,’ fluister ik tegen de lege kamer. Tot mijn verbazing reageert er iemand.

‘Weer een nieuw bezoekersrecord?’

Shit, die stem herken ik. Als de bliksem schieten mijn ogen naar het pakketje in de hoek van de kamer en daarna naar de deuropening. ‘Ik dacht dat je pas vanavond terug zou zijn.’

Hermelien glimlacht breed. ‘We hebben het feestje hierheen verplaatst.’

‘Feestje?’

‘Ja, een pre-party. Ik ben morgen jarig, weet je nog?’

Ik hoor een heleboel gestommel in de keuken. ‘Hermelien, waar staat het bier?’ roept één van de Fanaat-lui. Fanaat is trouwens de spelletjesvereniging waar Hermelien lid van is. In het begin vond ik dat alleen maar heel erg raar, maar inmiddels kom ik er zelf ook regelmatig om een potje Kolonisten te doen. En als je door het bleke nerduiterlijk van de leden heenkijkt, zijn ze best oké. Meestal, dan. Vooral Anjo en Otto, de eeneiige puddingtweeling die allebei stiekem een oogje op Hermelien hebben.

‘Maar wat was er fantastisch? Of zit je gewoon zomaar als een idioot naar je mobiel te grijnzen?’

‘Een leuke tweet,’ zeg ik luchtig.

‘Weer iemand die je tot de nieuwe beauty-messias heeft uitverkoren?’

Oké, niet luchtig genoeg. Ik knik en voel een blos naar mijn wangen stijgen. Maar kom op, hoe tof is het dat het zo goed gaat met mijn blog? Ik plaag Paladin wel met zijn gemopper over de pakketjes, maar er worden inderdaad steeds vaker producten bezorgd. Mijn toch al niet zo bescheiden stash past nu niet eens meer in mijn ‘tuthoekje’, zoals Kikker het noemt. En dat terwijl ik constant spullen weggeef. Ik ken geen enkele twaalf-(bijna dertien!)-jarige die zoveel oogschaduw en eyeliner heeft als mijn zusje.

Iemand in de keuken heeft de geluidsinstallatie aangezwengeld. Door de hele flat schalt ineens een soort ruis, die ik na een jaar op de campus inmiddels herken als death metal. De drums zijn zo snel, de gitaren zo distorted en de zang zo monsterlijk, dat ze op een afstandje allemaal samensmelten totdat het klinkt alsof je het autoraampje opendraait terwijl je op de snelweg zit.

Hermelien kijkt om zich heen. ‘Waar is Kikker?’

‘Naar zijn manager.’ Ik sta op van het bed en prop mijn telefoon weer in mijn broekzak. ‘Iets met spannend nieuws. Hij komt zo, hoor.’

‘Gezellig, dan kan hij nog een biertje mee drinken.’

Net als ik Hermelien bijna de kamer uitgewerkt heb, valt haar oog op het pakje in de hoek. Het vloeipapier steekt er nog uit. ‘Wat is…’

‘Ga jij je gasten maar vermaken, oké?’ onderbreek ik haar.

‘Maar is dat dan mijn…’

‘Ze hadden je Aagje moeten noemen, in plaats van Sjaantje. Je krijgt het morgen pas, op je echte verjaardag.’ Ik duw haar de drempel over en gooi de deur dicht.

Terwijl ik Hermeliens cadeautje zo kunstig mogelijk inpak, blèr ik mee met het nieuwste uptempo nummer van Laura op de radio. Ondertussen stuur ik Kikker een berichtje om te vragen wat er nou voor bijzonders was en dat hij van Merel de groetjes moet doen aan zijn manager (niet dat ik haar erover gesproken heb, maar Merel heeft een speciale zwak voor Kikkers 28-jarige manager, ondanks het feit dat ze al een relatie heeft – of een ‘réla’, zoals ze het zelf graag afkort).

Ik kijk tussendoor nog even snel naar de reacties op mijn laatste artikel.

En ik werk mijn make-up bij.

O, en ik trek toch maar iets anders aan.

‘Waar blééf je nou?’ roept Hermelien boven de muziek uit, als ik de keuken in kom. Ze maakt zich los uit de groep nerds achterin de keuken, die een of ander magisch kaartspel aan het doen zijn. Ik werp een blik op de klok en zie tot mijn grote verbazing dat ik ruim een uur bezig ben geweest. Inmiddels staan er een heleboel Fanaat-mensen in de keuken, plus wat loslopende studiegenoten van Hermelien en natuurlijk alle huisgenoten op Kikker en Chris na.

Het feestvarken komt met een brede grijns op haar gezicht naar ons toe. Op haar hoofd prijkt een papieren kroon – zo’n ding dat de juf in de kleuterklas altijd maakte als er iemand jarig was. Er staat heel groot ‘21’ op en rondom zijn papieren figuurtjes uit Harry Potter vastgeniet. Als je haar zo ziet staan, zou je niet vermoeden dat ze superslim is en waarschijnlijk aan het eind van dit jaar al afstudeert. ‘Ik ben morgen jááárig,’ zegt ze zangerig.

Ik schiet in de lach. ‘Joh, je meent het.’

‘Ik ben zo dol op jarig zijn.’

‘Het is dat je het zegt, anders was het me niet opgevallen,’ zeg ik met een uitgestreken gezicht.

Ze steekt haar tong naar me uit. ‘Je bent gewoon jaloers omdat jij in januari jarig bent.’

Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd en blaas een plakkerige lok haar uit mijn gezicht. ‘Op Kikkers verjaardag was het weer iets draagbaarder.’

Het is snikheet in de keuken. Na een hoopvolle start met een warme juni, waarin Kikker en ik wekenlang op de Friese meren hebben doorgebracht, kregen we een matige julimaand en een ronduit koude eerste helft van augustus. Het is net alsof de weergoden ons collectieve gemopper gehoord hebben en nu wraakzuchtig roepen: ‘O, dus jullie willen móói weer? Dan hebben we het verkeerd begrepen. Hier, om het goed te maken proppen we alle warmte van de zomer in vijf dagen.’ Het is buiten zo heet dat je amper je grote teen kunt bewegen zonder te zweten. We maken iedere dag dankbaar gebruik van het zwembadje voor onze flat. Ondanks mijn korte roze zomerjurk, die zo luchtig is dat ik hem amper in de categorie ‘kleding’ zou indelen, heb ik nu alweer zin om mijn bikini aan te trekken en me in het water te laten zakken. Ik ben de hele dag bezig met verkoeling zoeken: of ik mezelf nu toewuif met een tijdschrift, een koel drankje inschenk of even met mijn gezicht voor de ventilator ga hangen. Al helpt dat laatste vandaag nog minder normaal. De lucht is zo vies en broeierig dat het voelt alsof er iemand in mijn gezicht staat te ruften.

Hermelien haalt onverschillig haar sproetige schouders op. ‘Met een augustusverjaardag weet je zeker dat je een lekker warm begin van je nieuwe jaar hebt.’

‘Met een juniverjaardag ook wel, hoor,’ zeg ik, terugdenkend aan Kikkers verjaardag. We dronken ijskoude cola en aten Pringles als ontbijt, terwijl we over het windstille Pikmeer dobberden. Als de temperatuur ons te veel werd, namen we een frisse duik in het water, om vervolgens op het warme hout van het dek weer op te drogen. Onwillekeurig speelt er een glimlachje rond mijn lippen bij de herinnering aan de zeilvakantie.

Hermelien geeft me een stomp tegen mijn arm. ‘Sorry hoor, dat ik mijn geboorte niet zo verstandig heb gepland als Olivier.’

‘Het is je vergeven,’ zeg ik hooghartig.

‘Waar is die lange eigenlijk?’ vraagt Chewy.

Ik gebaar vaag naar buiten. ‘Bij zijn manager.’ Ondertussen check ik mijn mobiel om te zien of hij toevallig al iets gestuurd heeft. Hij is al best lang weg – hoeveel tijd neemt zo’n bespreking nou in beslag?

Op dat moment zwaait de keukendeur open.

‘Ben ik nog op tijd?’ Kikkers groene ogen glanzen. Zo te zien heeft hij echt goed nieuws gekregen. Mijn lippen wijken als vanzelf uiteen in een glimlach.

‘Veel te laat. Alle taart is al op,’ zegt Hermelien.

Ik draai me verbaasd naar haar om. ‘Was er taart?’

Ze proest. ‘Ja, natuurlijk. Net zoals er een tuinfeest was, met slingers, gratis ponyritjes en een popcornmachine.’

‘Je hebt bier en borrelnootjes,’ zegt Chewy. ‘Dat is genoeg.’

‘En pizza, vergeet de pizza niet,’ herinnert Hermelien hem.

Kikker steekt zijn hand in de lucht. ‘Biervinger!’

Chewy reikt achter zich en vist een koud biertje uit de koelkast. Hij gooit het met een boogje naar Kikker toe. Die vangt het flesje loom op en opent het op de rand van het aanrecht.

Ik kan me niet langer inhouden. ‘En, heeft je manager je hele week goed gemaakt?’

‘Dat kun je wel zeggen,’ antwoordt Kikker peinzend. Hij kijkt me met een scheef lachje aan en neemt een slok van zijn bier om tijd te rekken. Ondertussen houdt zij zijn blik strak op mij gericht.

‘Waarmee dan?’ vraag ik, ontploffend van ongeduld.

‘Met groot nieuws.’

Ineens zet iemand de muziek harder. ‘Ik hou van dit nummer!’ roept één van Hermeliens studiegenootjes. ‘Candy Man’ van Christina Aguilera schalt swingend door de keuken. Voordat ik weet wat er gebeurt, overbrugt Kikker de ruimte tussen ons met één grote stap en slaat een arm om mijn middel. Hij trekt me mee naar het midden van de ruimte en grijpt mijn hand, waarna hij me een paar rondjes laat draaien. Verrast ga ik mee in zijn uitbundigheid. Als het nummer afgelopen is, buigt hij me achterover in zijn armen. Ik hijg van de verbazing en inspanning in deze hitte. Langs de blonde lok haar die over zijn voorhoofd valt, zie ik een paar kleine zweetdruppeltjes.

‘Ik ga een samenwerking aan met iemand die heel groot is in muziekland.’ Hij fluistert, maar zijn zachte toon kan de opwinding in zijn stem niet verhullen. Zijn ogen glinsteren. ‘En daarna kan niemand nog om me heen.’