Ik geef workshopjes op Manuscripta

LisetteJonkman1988BlogLeave a Comment

Komende zondag (7 september) ben ik te vinden op Manuscripta, op het Uitfeest in Utrecht. Daar signeer ik niet alleen alles wat dicht genoeg in mijn buurt komt, maar ik geef ook workshopjes! Dat is natuurlijk ter ere van mijn hup-ga-nou-eens-schrijven-gids Schrijven kreng! die in oktober verschijnt en eigenlijk één grote workshop is. De meeste opdrachtjes zijn vrij klein, maar er zit ook eentje tussen waar je misschien wel wat langer over na wilt denken. Daarom deel ik hem nu alvast met je!

Komende zondag (7 september) ben ik te vinden op Manuscripta, op het Uitfeest in Utrecht. Daar signeer ik niet alleen alles wat dicht genoeg in mijn buurt komt, maar ik geef ook workshopjes! Dat is natuurlijk ter ere van mijn hup-ga-nou-eens-schrijven-gids Schrijven kreng! die in oktober verschijnt en eigenlijk één grote workshop is. De meeste opdrachtjes zijn vrij klein, maar er zit ook eentje tussen waar je misschien wel wat langer over na wilt denken. Daarom deel ik hem nu alvast met je!

 

Waar en hoe laat?

Ik geef workshops tussen 13:00 uur en 15:00 uur, op de Schrijversmarkt (stand 27, Luitingh-Sijthoff). Verder ben ik van plan wat over Manuscripta heen te struinen op zoek naar bekenden, dus schroom niet om me aan te spreken – dat vind ik namelijk heel leuk 🙂

Koteranekdote

Ik ben dol op andermans verhalen en graaf graag in iemands verleden. Dat heb ik in deze opdracht maar gewoon gecombineerd, zodat ik mijn schaamteloze interesse in andermans jeugdtrauma’s niet meer hoef te verbergen.

Kinderen zeggen en doen vaak dingen die wij volwassenen maar raar vinden. Zo zei mijn broertje op zijn derde heel trots: ‘Kijk Lis, daar zwemt een boot.’ Zonder een spoortje humor.

Die onbevangenheid vinden wij heel grappig, maar is voor hen niet meer dan normaal. Nu voel je hem natuurlijk al aankomen: ik wil dat je zo’n situatie voor me beschrijft. Dat mag uit je eigen kindertijd zijn of uit die van je broertje, zusje of buurmeisje. Je hoeft het zelf niet eens bewust meegemaakt te hebben – dit is je kans om eindelijk eens iets positiefs te halen uit dat gênante verhaal dat je moeder altijd op je verjaardag aan iedereen vertelt over hoe je vroeger de verloskundige in het gezicht hebt geplast!

 

Zaken die leuk zijn om in je anekdote te verwerken:

  • Een misverstand. Het kind dacht X, terwijl alle volwassenen weten dat het eigenlijk Y is.
  • De manier waarop dat misverstand aan het licht kwam.
  • De gedachten van het kind daarover.
  • De oplossing die er uiteindelijk kwam.
  • De houding van de volwassene(n) en het kind na het misverstand.

 

 

Klein voorbeeldje? Oké, klein voorbeeldje. (En ik zeg klein, maar hé, je kent me langer dan vandaag.)

Mijn eerste fluorhapje

Ik denk dat ik een jaar of zeven was toen dit gebeurde, maar dat kan een verkeerde schatting zijn van mijn kant. Mijn moeder nam me mee naar de tandarts omdat ik weer eens een gaatje in een kies had. Ik heb echt een dramageschiedenis bij de tandarts, ieder half jaar bleek er wel weer een nieuwe kies bijna weg te rotten of uit te vallen. Inmiddels is dat gelukkig een stuk beter, mede doordat ik nu ook daadwerkelijk het nut inzie van mijn tanden poetsen.

Anyway, de tandarts had het nieuwe gapende gat in mijn kies gevuld en besloot dat het verstandig was als ik ook even een fluorhapje zou nemen.

‘Wat is fluwoor?’ vroeg ik, in de overtuiging dat het net zoiets was als ‘fluweel’.

‘Dat is heel goed voor je, je krijgt er sterke tanden van,’ antwoordde de tandarts.

Ik mocht kiezen uit drie verschillende smaakjes: appel (gifgroen), aardbei (chemisch rood) en cola (viezig bruin). Kun je trouwens nagaan met wat voor verwrongen beeld van cola iedereen van mijn leeftijd opgegroeid is, dat het in verband werd gebracht met gezonde tanden. Het idee alleen al!

Omdat mijn lievelingstrui groen was, koos ik voor appel. De tandarts vulde twee gebitsvormige bakjes met de groene smurrie en zei dat ik mijn mond wijdopen moest doen. Hij drukte de bakjes op mijn tanden en ik voelde de dikke drek direct mijn mond inlopen. Ik kreeg nog wat tissues tegen het kwijlen en daarna moest ik netjes twee minuten wachten op een stoel in de hoek van de praktijk, terwijl de tandarts mijn moeder nogmaals het nut van napoetsen bij kinderen ging uitleggen.

Nu was ik een braaf kind, dus deed ik wat er van me verwacht werd. Toen de tandarts twee minuten later terugkwam om me te verlossen van de bakjes, had ik geen kik gegeven. Netjes deed ik mijn mond open. De tandarts trok de bitjes eruit en – ‘Eh, Lisette. Waar is de fluor?’ Hij keek verward van mij naar het bakje in zijn hand, dat alleen nog maar een aanzienlijke hoeveelheid kinderkwijl bevatte. ‘Heb je het ópgedronken?’

‘Ja,’ antwoordde ik aarzelend. ‘Was het niet snel genoeg?’

Ik bedoel, er was duidelijk een reden dat hij me zo gek aankeek.

Hij fronste. ‘Het was niet de bedoeling dat je het zou opdrinken.’

Achteraf gezien vind ik nog altijd niet dat deze gebeurtenis mijn schuld is. Er zijn namelijk twee boosdoeners die mij onomstotelijk het idee gaven dat ik de fluor in het fluorhapje moest opdrinken. Ten eerste mocht ik een smaakje kiezen. Een smáákje. Dat impliceerde in mijn wereld dat ik iets ging opeten. Waarom zou je iets een smaakje geven als je het niet ging doorslikken? En ten tweede HAD NIEMAND MIJ VERTELD DAT IK HET NIET OP MOCHT DRINKEN. Hallo, ik was zeven. Sommige dingen moet je uitleggen.

‘En nu dan?’ vroeg mijn moeder. Er is namelijk een reden dat je tandpasta weer uitspuugt nadat je je tanden ermee hebt schoongemaakt, in plaats van het door te slikken. Fluor is dus zegmaar best wel een beetje heel erg giftig. De tandarts haalde zijn schouders op. ‘Het komt er vanzelf weer uit.’

En zo geschiedde. Mijn moeder droeg die dag een hele mooie lichtbruine suède rok. Dat weet ik nog omdat ze me er heel vaak aan heeft herinnerd dat ze hem na die dag nooit meer aan kon, omdat ze geen enkele look kon bedenken die goed matchte met de nieuwe fluorgroene kotsvlek die erin zat.

Dus dat. Zoiets. Ongeveer.

Kruip in de huid van je jongere ik (of je buurmeisje, zusje, etc) en geef me een verhaal. Je mag het beschrijven alsof het nu gebeurt (tegenwoordige tijd) of als een terugblik (verleden tijd). Het mag kort zijn, maar ook lang – of iets ertussenin. Je mag er trouwens ook best een gedicht van maken. Of een stripje. Kies een vorm die voor jou fijn is en verras me 🙂 Neem je het resultaat zondag mee?

 

Tot zondag!

 

Edit: Ik krijg veel berichten van mensen die deze opdracht graag willen doen, maar er zondag niet bij kunnen zijn. Daar had ik nog niet over nagedacht, maar de oplossing lijkt me simpel: mail hem maar naar me. Stuur je ‘huiswerk’ (haha) naar lisettejonkman@gmail.com en ik geef je maandag 8 september feedback. Veel succes! 🙂

 

Liefs,

Lis